Translate

zaterdag 17 november 2012

Ik ben toch niet gek!

Sinterklaas is in het land. In Roermond kwam hij in een roeibootje aan, omdat hij schipbreuk had geleden. Waarom die man nog steeds met zijn stoomboot komt, is mij een raadsel. Hij kan toch ook een vliegtuig nemen!

Rond dezelfde tijd kwam hij ook in IJmuiden aan. Waar een lijk in het water dreef. Een zelfmoord, een ongeval..., een afrekening?

Of een man die daar rustig zat te vissen en zich doodgeschrokken is van een boot vol met lallende - zich zwart geschminkte - blanke mensen, met als opperhoofd een rare bisschop met een lange witte nep baard en een rode mijter op zijn hoofd?

Nog geen uur later was hij alweer in Arnhem. Hoe zo'n oude man - bijna tegelijk - op verschillende plaatsen kan aankomen, heb ik nooit begrepen.

Iedereen met een beetje IQ weet dat hij niet bestaat en toch maken de grote mensen, de kleine kindertjes wijs dat hij wel bestaat. En als die kinderen wat ouder worden en ontdekken dat het een nep-Sinterklaas is, dan geraken ze - als bedankje - in een soort van Twilight Zone.

Tegenover andere nog hele kleine kindertjes doen ze dan heel volwassen en zeggen: geloof jij nog in Sinterklaas..., wat ben jij dom! En tegenover hun ouders doen ze alsof ze zelf nog steeds heel dom zijn. Want anders krijgen ze geen cadeautjes meer!

Pedagogisch gezien dus waardeloos. Nee..., wat schrijf ik? Een beter woord is "hypocriet". Sinterklaas is dan ook "een schijnheilige", die kleine kindertjes al op heel jonge leeftijd leert: te jokken voor eigen bestwil.

Toon Hermans vond het maar een nare man met schimmel tussen zijn benen. Nee, hij mocht hem ook niet.

's Avonds je schoen bij de kachel zetten, met daarin een paar wortels voor het paard. De volgende morgen was hij leeg. En mijn konijn keek mij dan - zijn lippen aflikkend - heel tevreden aan.

Mijn vader knapte de fiets van mijn oudere broer op, en dat was dan mijn Sinterklaasgeschenk.
En ieder jaar kreeg ik weer een paar geitenwollen sokken, een handvol pepernoten en een chocoladeletter. Vaak ook nog de verkeerde!

Op straat zag ik hele blije domme kinderen met hun cadeautjes pronken. Meisjes met een poppenwagen..., jongetjes met een houten trein.

En ik fietste dan rondjes op een oude krakende fiets.
De Media Markt bestond nog niet, en toch riep ik alsmaar luidkeels: 'Ik ben toch niet gek..., ik ben toch niet gek!'