Translate

maandag 5 november 2012

Vuurwerk 1

Ter gelegenheid van 50 jaar Bond is er nu een James Bond 007 parfum.
"Oh schat, wat ben je toch weer vurig vandaag".

Zwaar vuurwerk (met de kracht van een handgranaat) te koop via internet.

Peking bedolven onder sneeuw. Al het vuurwerk wordt nu nat.
---------------------------------------------------------------------------------------

Vuurwerk in Antwerpen Deel 1 (uit het boek: Crazy Stories 2, www.lulu.com)

Wat een geknal, wat een herrie! Duizenden sterretjes vormen een groot, fel-rood hart in de zwarte avondlucht.

Het hart doet mij denken aan een film, waarin een eenzame man - op een parkeerplaats - in het gras een mooi rood hartje vindt. Hij raapt het op, en het hartje zegt: ‘I love you..., I love you.’

De man is helemaal in de wolken en denkt: hé, eindelijk iemand die van mij houdt. Hij wordt helemaal verliefd op het hartje en neemt het mee naar huis. Hij neemt het zelfs mee naar bed. Alles gaat goed, totdat op een dag het hartje niets meer zegt. Wat hij ook doet, het hartje houdt niet meer van hem.

Ergens tussen de menigte zie ik het punkmeisje met de zwarte wolfshond. Ze geniet duidelijk van al het gespetter daar hoog in de lucht. Ze ziet er goed uit, geen wallen onder haar ogen.
Een opvallende, grote zilveren ring schittert aan haar rechtermiddelvinger.
En ook haar hond ziet er goed gevoed uit.

Heel langzaam slenter ik aan haar voorbij, en zoals lang geleden afgesproken zeg ik: ‘Hé, hallo mijn prinsesje.’
Met een grote glimlach op haar gezicht kijkt ze mij aan.
Ik aai de hond, hij herkent mij nog en kwispelt met zijn staart. Zonder verder nog iets te zeggen, vervolg ik mijn weg. Lief meisje, mooie ring, lieve hond, denk ik bij mijzelf.

Het vuurwerk is wel aardig, maar dit heb ik al honderd keer gezien. Ik loop naar de vuurwerkafschieter (of hoe noem je zo iemand) en zeg dat ik het beter kan.

‘Hé, wie we daar hebben, zegt hij tegen zijn collega's; het is schrijvend kunstenaar Jozef Bloks in eigen persoon.’
‘Jullie doen dat allemaal wel leuk, zeg ik, maar wij leven nu toch in het digitale tijdperk. Of niet soms?’
"Ja, ja", wordt er hier en daar gemurmeld.

Ik haal een tekenbordje, een pen en een cd'tje uit mijn binnenzak en zeg: ‘Stop die cd maar eens in jouw laptop.’
Even installeren..., hop... hop... hop.
'En nu goed opletten.'
Benieuwd kijkt de vuurwerkafschieter naar zijn monitor.

Met de pen teken ik een engel en zij verschijnt direct op het scherm.
'Ja, ja, mooie engel,' zeggen zijn collega's zuchtend.
Vervolgens geef ik haar een mandje met daarin allemaal kleurige vissen.
‘En nu?’ vraagt de vuurwerkafschieter.
Ik tik: slow motion.

‘En wat nu?’ vraagt de vuurwerkafschieter weer.
‘Druk maar eens op enter. Oh, wacht! Ik heb nog wat speciaal geluid op een stick, stop die er ook maar in. Zo, en nu...: enter.’

Een regen van pijlen schiet de lucht in, ondersteund door goddelijke geluiden uit mijn boek: Jozef Bloks in beeld en geluid.
Uit een zee van licht doemt de engel op en hoog boven het water gooit zij vissen - in alle kleuren van de regenboog - uit het mandje in de Schelde.

"Fantastisch", roept het publiek.
‘Geweldig,’ roept de vuurwerkafsteker.
De vissen schieten lichtgevend door het water, sommigen doen zelfs een waterballet.
Het publiek is vreselijk onder de indruk.
Vriendelijk glimlacht de engel naar de verbaasde mensen beneden op de Kaaien.

‘Wacht even,’ zeg ik en ik zoom de engel langzaam een beetje uit.
Boven in de lucht besluit ik een hemels tafereel te schilderen en met mijn digitale pen teken ik een Bijbelse voorstelling uit mijn kleuterschooltijd.

Voordat de les begon, liet de non met de enorme boezem mij vaak Bijbelse taferelen op posterformaat zien. Ze had er een rek van vol.

Ook na schooltijd - als ik er om vroeg - liet ze mij die prachtige afbeeldingen zien. Volgens mij heette ze zuster Julia. Ze was heel lief en vond het fijn dat ik zo geïnteresseerd was. Zij zag in mij wellicht al een toekomstige priester of zoiets. (Verder dan misdienaar - voor een keer - heb ik het nooit gebracht, maar dat is weer een heel ander verhaal.)

Ze hing dan altijd een beetje moederlijk over mijn schouders gebogen. Waarbij ze haar boezem - verborgen achter haar zwarte habijt - iets te nadrukkelijk tegen mij aandrukte. En in mijn verbeelding hoorde ik haar soms fluisteren: ‘Pak ze dan, pak ze dan.’ Maar omdat ze zo muffig rook, heb ik dat maar nooit gedaan.

Morgen volgt deel 2 (slot)