Translate

zondag 6 januari 2013

De renaissance van Rob

Het is vandaag alweer zondag. "Wat vliegt de tijd", hoor ik Rob zuchtend mompelen. Met een "Sissi's masker van amandelen en honing" dik op zijn gezicht gesmeerd, ligt hij op de bank. 'Ik word ook een dagje ouder, murmelt hij. En..., misschien helpt het wel. Misschien zeggen straks al mijn vrienden: Rob, jongen..., wat is er met jou gebeurd?'

Ja, lang geleden zong hij al - samen met het Hameler Kinderkoor - het lied "Tijd vliegt". Rob weet er alles van. "De tand des tijds..., ja ik voel hem aan mij knagen", hoor ik hem bijna kreunend zeggen.

Op de klok aan de muur is het kwart over twee. Nog een kwartier en dan ben ik zeker tien jaar jonger, denkt hij bij zichzelf.

In de spiegel bestudeert hij aandachtig zijn schoonheidsmasker. 'Ik lijk wel een oud wijf, alleen de krulspelden ontbreken nog. En die roze ochtendjas gaat morgen in de zak van Max!'

'Stel dat er iemand op bezoek komt! Wat moet ik dan doen?' vraagt hij zich een beetje benauwd af. Rustig blijven Rob, nog tien minuten en het masker mag eraf, zegt een stem in zijn hoofd.

Ineens gaat de tijd wel heel erg langzaam. En hij telt iedere seconde die voorbij kruipt. 'Ging dat maar altijd zo langzaam, dan had ik nu die amandelbrei niet nodig gehad,' moppert hij.

Plotseling ziet hij een barst in het masker en..., zijn gezicht begint nu ook te jeuken. Angstig kijkt hij naar de klok. 'Nog zes minuten, dat zijn 360 seconden! Als ik dat maar volhoud?'

Hij loopt naar de keuken en neemt zijn digitale eierwekker in de hand. 'Nog precies 300 seconden.' Ondertussen begint zijn gezicht steeds erger te jeuken, en hij voelt nu ook eigenaardige prikkelingen onder het masker. Geen paniek, zegt de stem in zijn hoofd weer, het duurt nu nog maar 195 seconden.
Maar..., het angstzweet breekt hem uit. En kleine druppels honing parelen aan zijn kin.

Vlug gaat hij naar de badkamer en zet de eierwekker op de rand van de wastafel. Vervolgens neemt hij een fles met lindebloesemthee, en met een washandje in de aanslag telt hij de seconden weg.

Nog 29 seconden, leest hij op de eierwekker. Nog 20..., nog 10..., en dan klinkt eindelijk het verlossende gerinkel.
Heel voorzichtig veegt hij de bruine smurrie van zijn gezicht.

'Wauw, wauw, wauw..., roept hij opgetogen uit. Het is niet te geloven. Ik ben weer jong!'
En blij..., heel blij, bewondert hij minutenlang zijn nieuwe Adonis-uiterlijk.

Dan gaat de deurbel.
Vrolijk zingend "Tijd..., tijd, waar ben je nu", opent hij de voordeur.
Het is zijn buurvrouw.

Ze kijkt hem een beetje vreemd aan en vraagt: 'Is Rob thuis?'