Translate

maandag 25 februari 2013

Afgekeurd voor misdienaar

Kardinaal Keith O'Brien van Groot Brittannië stapt op in verband met ongewenst gedrag. Ook hij heeft dus zijn handen niet thuis kunnen houden. Een stelletje griezels zijn het. Poten af van kinderen! Sinds kort gaan de koude rillingen al over mijn rug als ik ergens kerkklokken hoor luiden.

Hier valt dus absoluut niets leuks over te vertellen. Dus rest mij enkel mijn eigen ervaringen met die vreemde mannen in lange rokken op te tekenen. Want zeg nou zelf, welke normale vent gaat er nu in een lange soepjurk op een altaar staan. Dat zegt toch eigenlijk al genoeg!

En dan roept zo iemand: 'Komt allen tot mij.'
Ja..., dat zou hij wel willen.

Maar goed, ik was nog maar net uit de luier, toen ik op de kleuterschool werd overgeleverd aan een stelletje bejaarde grijpgrage nonnen.
Want als ik wel eens in een boek met bijbelse plaatjes zat te neuzen, hingen ze regelmatig - als een soort van tante Ursula's - met hun grote borsten over mijn schouder.
Alleen hebben ze mij nooit te pakken gekregen!


Op de Lagere School waren er gelukkig geen nonnen of broeders te bekennen.

Toen ik een jaar of acht was, deed ik - aangespoord door een vriendje - auditie voor misdienaar.
Op een woensdagmiddag meldde ik mij achterin de kerk. In de sacristie moesten wij ons omkleden. Ik kreeg een wit jurkje aan en even later betraden wij het podium. Samen met mijn vriendje moest ik achter de zwevende pastoor neerknielen.

Met mijn ene hand moest ik zijn rok (die veel weg had van een beddensprei) vasthouden en met mijn andere hand moest ik met een stel belletjes klingelen. Ik klingelde natuurlijk veel te luid, te lang, of... wellicht op het verkeerde moment. Doordringend keek de beddensprei-man mij aan. Ik zag hem denken: dat jongetje is te brutaal, daar heb ik niets aan.

Nee, hij zocht gewillige koorknapen. Jongetjes die letterlijk vóór hem knielden. Na de voorstelling kreeg ik te horen dat ik totaal geen talent voor misdienaar had. Maar stel dat ik wel was goedgekeurd, dan had ik er toch voor bedankt, want die man stonk verschrikkelijk naar sigarenrook, drank en naar nog iets, dat rook als zure pap.

Na de lagere school kwam ik op de M.A.V.O. terecht. Waar het lerarenbestand bestond uit gewone mensen, én broeders - die gezellig samen in een soort klooster woonden. Ik herinner mij een broeder met een hele grote neus. En omdat hij Franse les gaf, had hij natuurlijk de toepasselijke bijnaam "Le Nez".

En er was ook een heel klein broedertje (volgens mij was hij nog geen 1,50 meter), die gepest werd door die andere broeders. Ja, van je vrienden moet je het hebben!

Behalve dat ze losse handjes handen en..., als de pauze om was, wel erg lang in de toiletten bleven rondlummelen totdat de laatste leerling zijn gulp dichtdeed, heb ik niet echt veel last van ze gehad.

Och, ik heb gewoon geluk gehad.