Translate

zondag 10 februari 2013

Een vrolijke kater

Het is weer zondag, de dag van Rob de Nijs. "Houdt het dan nooit op! Hoeveel zondagen heb ik nog te gaan", hoor ik hem kreunend zeggen.

Rob heeft een kater en... stijve benen van al het gehos. Het is ook zijn eigen schuld.
Hij glimlacht, want hij heeft er wel een mooie ervaring aan overgehouden. Nou ja, een mooie...?
Bedenkelijk kijkt hij naar een foto in een zondagskrant die voor hem op tafel ligt.

Toen ze hem vroegen om - in een dorpje vlak bij Maastricht - voor prins carnaval te spelen, had hij direct "ja" gezegd. Het leek hem wel leuk om omringd door hupseflupsende dansmariekes de polonaise te doen.

Maar hij is een geboren Amsterdammer en carnaval zit dus niet in zijn bloed.

Wat hij ook deed, en hoe vaak hij ook "Alaaf" riep; hij kreeg de echte carnavals-swung niet goed te pakken.

En op het einde van de avond was hij er stiekem tussenuit gepiept. Hij reed naar Maastricht en op de Sint Servaasbrug ging hij een beetje melancholiek op zijn accordeon zitten spelen.

Op een gegeven moment kwam er een dansmarieke naast hem zitten. Een beetje verdrietig neuriede ze mee op de tonen van Malle Babbe. Rob vond dat wel gezellig, want alleen was ook maar alleen. Bovendien voelde hij zich niet helemaal op zijn gemak, daar op die brug. Slierten mist trokken op uit het klotsende water en soms meende hij - onder hem - sinistere geluiden te horen, alsof de klokkenluider van de Sint Servaasbasiliek ieder moment zou kunnen opdoemen en gemeen in zijn arm zou knijpen.

Plotseling zei het meisje: 'Ik ben geen echt dansmarieke.' En terwijl hij zijn steek met pluimen afzette, zei Rob lachend: 'En ik ben ook geen echte prins carnaval!'

Ze vertelde dat ze helemaal niet kon dansen, maar dat ze was ingevallen voor een zieke vriendin. Nou, die vriendin was blijkbaar helemaal niet zo ziek als dat ze er uitzag. 'Want ze liep wel de hele avond te hossen en uiteindelijk is ze er met mijn vriend vandoor gegaan,' zei ze snikkend.

'Ja, zo gaat dat in het leven, zei Rob. Het klinkt misschien wel een beetje oubollig, maar morgen is er weer een nieuwe dag. Jij bent nog jong en het leven gaat door. En jij zult nog genoeg andere leuke jongens ontmoeten.'

Hij kletste vrolijk nog wat verder (terwijl hij ondertussen dacht: ik had psycholoog moeten worden) en langzaam verscheen er een glimlach op haar gezicht. Die glimlach werd alsmaar groter, en uiteindelijk lagen ze beiden schaterlachend op hun rug - met hun benen in de lucht - midden op de brug.

Plotseling flitste het aan alle kanten. 'Een paparazzi-overval, een paparazzi-overval...' riep Rob verschrikt. Vlug greep hij de hand van het meisje en bulderend van het lachen, verdwenen ze in het duister van de nacht.