Translate

zaterdag 13 april 2013

Feest bij Rob

Zondag. Vandaag is het feest in Huize Rob. Gisteren heeft hij alle inkopen gedaan. Ja, hij is er klaar voor. Hij heeft 11 Bourgondische vrienden, en om de beurt geven ze iedere maand een eetfeestje. En nu is Rob dus aan de beurt. Hij doet zijn rood-wit geblokte schort voor en zet een vrolijk muziekje (Visite van Lenny Kuhr) op. 'Ja, dat klinkt lekker, altijd maar naar je eigen muziek luisteren gaat ook vervelen,' mompelt hij in zichzelf.

In zijn woonkamer staat een grote tafel - geschikt voor 8 personen. Dus gaat Rob naar Buuf, die hem graag haar tuintafel leent. Even later staat hij bedenkelijk naar de twee tafels in de kamer te staren.

'Tja, dat wordt passen en meten, want als je ze tegen elkaar zet, en er moet iemand naar het toilet - dan heb je een probleempje. Dan staat die vitrinekast in de weg,' zegt Buuf.
'Die kast blijf daar staan,' zegt Rob een beetje knorrig.
'Oké, jij je zin,' zegt Buuf.
'We kunnen die tafels toch ook los van elkaar zetten, dan kunnen de mensen er tussendoor lopen.'
'Ja, maar dan kunnen ze het eten niet doorschuiven. Of wil jij soms elke tafel apart indekken?'
'Ja, daar heb jij ook weer gelijk in. Misschien kunnen we die tafels beter gewoon tegen de muur schuiven en dan moeten ze het eten zelf opscheppen. Een soort van staand buffet..., dat is misschien ook wel gezellig.'
'Nee joh, met z'n allen aan een lange tafel is veel gezelliger, maar dan moet die vitrinekast er toch echt uit!'
'Nee, daar staat mijn verzameling tinnen soldaatjes in, en daar mag niets aan veranderd worden. Kijk, dit is "de Slag bij Waterloo" en..., hieronder staat "de Inname van Den Briel". Nee, daar blijf je met je vingers vanaf!'
'Ik wilde je alleen maar helpen, maar goed, dan moet je het zelf maar weten.'

En..., weg is Buuf.

Rob snelt naar de keuken en begint ijverig met potten en pannen te rammelen. Het wordt een Indische rijsttafel - de specialiteit van Rob. Als hij net de laatste hand legt aan de gamba's in tamarindesaus, gaat de deurbel. Hij kijkt op de klok. 'Aha..., vier uur, daar zul je de eerste genodigden hebben. Mooi op tijd,' mompelt hij.

Langzaam druppelen de gasten binnen. Ze genieten allemaal van een aperitiefje, kletsen wat bij - hoe is het met jou..., nou, jij ziet er ook goed uit..., hoe gaat het met de zaak...? Ja..., crisis hè... - enzovoorts, enzovoorts. Rond zessen serveert Rob het eten op tafel.

"Oh, wat ziet dat er allemaal lekker uit, en het ruikt ook zo lekker", klinkt het van alle kanten. 'Wel jammer dat die tafels zo ver van elkaar staan,' zegt er iemand. 'Ja, niet echt gezellig,' beaamt zijn buurman. En naarmate de avond vordert en de drank rijkelijk vloeit, worden de tafels steeds dichter tegen elkaar geschoven.

'Die vitrinekast staat behoorlijk in de weg,' zegt een gevulde dame die juist van het toilet terugkomt. Even later wordt de kast aan de kant geschoven en niet lang daarna beginnen er mensen met de tinnen soldaatjes te spelen. Eerst wil Rob nog wat tegensputteren, maar als er iemand - die juist Napoleon boven op een berg met rijst heeft gezet - roept "Robje wees nu geen spelbreker", geeft hij zich gewonnen.

Kanonnen bulderen, paarden hinniken, rookpluimen stijgen op, en aan alle kanten van de tafel klinkt er pang, boem, beng... De oorlog is begonnen! Tussen gepelde gamba's, heuvels van kroepoek en bergjes saté wordt de Slag bij Hamelen nagespeeld. De hertog van Wellington ligt languit in de haaienvinnensoep, generaal Blücher drijft in de foe yong hai en neergeschoten soldaten spartelen hulpeloos in de pindasaus.

Rob kan het natuurlijk niet laten, en op het hoogtepunt van het feest loopt hij trompetterend door de kamer, gevolgd door twee wulpse dames - gewapend met wapperende vlaggen - die vrolijk lallend "Jan Klaassen was trompetter in hart en ziel" uitschreeuwen.

Oh, oh, oh..., wat een feest!