Translate

zaterdag 29 maart 2014

200 Jaar Koninkrijk der Nederlanden

Waar komt die naam Oranje-Nassau toch vandaan?
Tja..., dat is een héél lang en enigszins onduidelijk verhaal. Maar, ik zal het kort houden. In 1403 trad de Duitse graaf Engelbert I van Nassau in het huwelijk met Johanna van Polanen, vrouwe van Breda. Die Polanen deden veel aan landje-pik en selectief uithuwelijken. Engelbert was daar ook niet vies van en hun koninkrijkje groeide en groeide maar door (ze werden stinkend rijk!). Op een dag werd een zekere Hendrik III uitgehuwelijkt aan ene Claudia van Chalon (ergens in Frankrijk). En dat leverde het Prinsdom Oranje op met (heel belangrijk!) de erfelijke titel - Prins van Oranje. Zodoende werd later een of andere ome Willem - Willem van Oranje! En hij..., wordt gezien als de stamvader van het Huis van Oranje-Nassau! Geen mens die er iets van snapt, maar goed. Als men aan Willem van Oranje vroeg; hoe hij aan die titel was gekomen, dan zweeg hij als het graf. Vandaar dat zijn bijnaam Willem de Zwijger was.

Jaren later (om precies te zijn op 30 november 1813) stapte er op het strand van Scheveningen plotsklaps ene Prins Willem Frederik uit een roeibootje en stichtte het Koninkrijk der Nederlanden (raar maar waar!). Geen mosselman of -vrouw die hem tegenhield. Fluitje van een cent, zal hij gedacht hebben. Ikzelf snap er geen sikkepit van. Maar goed... Sindsdien zitten wij met de gebakken peren, dan wel de appeltjes van Oranje. Hij schreef ook maar meteen een grondwet (zodat wij niet zouden vergeten wat er vanaf dat moment mocht en... vooral; wat er allemaal niet meer mocht!). En zodoende was er vandaag (zaterdag 29 maart) in Den Haag "het Grondwet Festival". Met veel dans en muziek - allemaal dankzij de familie Polanen uit Breda. Hoi, hoi, hoi!

Nou, onze Willem-Alexander houdt wel van een feestje én van een biertje. Hij zal dan ook de geschiedenisboeken ingaan met de bijnaam: Prins Pils.

Ja, die Willems hebben - door de eeuwen heen - een luizenleventje gehad. De hele dag maar wat in een rijtuigje (achter de kont van het paard) rond hobbelen. En bijna iedere avond feest! Tussen haakjes; er was ook een Willem III die regelmatig spiernaakt in de tuin rondliep. Soms slechts gehuld in een oude regenjas (het woord potloodventer hebben we dus aan hem te danken). Het waren nogal spraakmakende figuren (behalve dan Willem van Oranje) en ik begrijp dan ook heel goed dat Willem-Alexander niet Willem IV genoemd wilde worden!

Die Willems en hun aanhang sliepen trouwens in hele kleine bedjes. En dan nog zittend ook én met hun ogen wijd open, omdat ze bang waren dat de man met de zeis hen 's nachts zou komen halen. En..., ze droegen prachtige pruiken - vol met luizen. Ze gingen nooit in bad en ze stonken dus vreselijk. Vandaar dat toen het parfum werd uitvonden. Vrouwen hadden in die tijd enorme decolletés en dat was alleen maar om de boel te laten luchten. Dat mannen daardoor op andere gedachten kwamen was een geheel andere verhaal.
Die dames wandelden de hele dag met een parasolletje boven hun hoofd door de tuin, vergezeld van familie, vrienden en kennissen. De een had een nóg grotere tuin, en nóg veel meer beelden en fonteinen dan de ander. Dus lekker tegen elkaar opscheppen!

Zo was ik eens in Florence waar ik de tuinen van het Palazzo Pitti bezocht. De Boboli-tuinen met zijn vele vijvers en met zijn even zo vele beeldengroepen én in het bijzonder de Grotta Grande met de voluptueuze badende Venus van Giambologna, waren écht de moeite waard. Maar de beelden van de twee schaars geklede jongemannen die een enorme tros druiven droegen - die tussen hen in aan een stok over hun schouders hing - en de dikke blote Bachus die op een grote schildpad zat, gaven mij toch te denken. Hier flaneerden dus vroeger de rijke dames. En terwijl ze zich dan lieten amuseren door de hofnar van Cosimo I, plukten ze de druiven van de jonge druivendragers. Tja, hun mannen waren vaak weg (naar een feestje?) en als vrouw alleen moest je jezelf maar zien te behelpen.

En dan die windmolens... Waar ze toen behalve graan ook planken mee zaagden - voor de vloot van het Koninkrijk der Nederlanden. Ik zie mijzelf al op de boeg van zo'n VOC schip staan - met een toeter van een verrekijker in de hand. Onbekende werelddelen ontdekken - met mooie inheemse dames gehuld in slechts een kralensnoer.

Je hoort de gewone mensen wel eens zeggen: ik zou absoluut niet met ze willen ruilen, iedere dag lintjes doorknippen, handjes geven en zo meer.

Nou, ik zou daar écht geen twee keer over na hoeven te denken.
Ja, graag! Wanneer mag ik beginnen?