Translate

zaterdag 20 april 2013

Rob gaat vliegen

"Zondag 21 april vliegen". Ja, het staat duidelijk in zijn agenda. Vandaag moet hij - om zijn vliegbrevet te behouden - toch echt gaan vliegen. Hij moet immers 12 uur per jaar vliegen.
Maar heel erg vindt hij dit niet, want Rob houdt van het luchtruim, daar voelt hij zich immers vrij en blij..., zo vrij als een vogel. Daarboven in die stilte kan hij goed nadenken, daar wordt zijn hoofd weer helemaal leeg, en daar kan hij ook heel goed nieuwe liedjes componeren.

Stom, hij was het helemaal vergeten, maar ja, gisteravond was het nogal laat geworden.

Ja..., een heftig optreden in een of ander boerendorp, leuke meisjes..., veel leuke meisjes en lekkere drankjes achteraf aan de bar.

'Hoe heette die tent ook alweer?' vraagt hij zich bedenkelijk af terwijl hij met zijn vingers zijn ogen uitwrijft. 'Heaven, ja, zo heette die tent. Mooie naam,' mompelt hij er achteraan.


Weet je wat ik doe, denkt hij, ik vraag of Buuf meegaat, die houdt vast wel van vliegen, die vliegt immers de hele wereld af.
Die heeft alle toeristische attracties gezien. Zij houdt van avontuur!

Hij belt Buuf. Nou, die heeft er inderdaad wel zin in. Een uurtje later zijn ze al op het vliegveld.
Een oude Piper J-3 staat ronkend klaar. Rob kruipt achter de stuurknuppel en Buuf gaat achter hem zitten. Langzaam rijden ze naar de startbaan. Rob volgt de instructies van de verkeerstoren, de krachtige viercilindermotor begint te loeien en..., off they go.

Het toestel maakt zich los van de grond en niet veel later vliegen ze door het wolkendek. 'Wat een mist, bromt Buuf, maar wel heel spannend.' De wereld onder hen wordt steeds kleiner.
Rob klimt hoger, en hoger. 'Zo meteen komen we in de hemel,' schreeuwt Buuf.
'Ja, in Heaven,' roept Rob.
Hij heeft het nog maar net gezegd als er plotseling twee engelen voor hem opdoemen. Hij denkt, die ken ik ergens van. 'Ja, van gisteravond..., van aan de bar in Heaven,' schreeuwt een van de twee. Onder haar witte jurk draagt ze sexy zwarte lingerie, dat ziet Rob direct, de witte jurk schijnt immers door. 'Ik wist niet dat jij kon vliegen, roept de engel vervolgens. Weet je nog dat wij gisteravond samen dat geweldige nummer van Jiskefet hebben gezongen, ...hemel ik heb zo'n jeuk aan mijn pemel..., zou dat uit liefde zijn..., mijn kleine lieve bengel. M'n fijne zoete stengel...'

'Nou..., ik kan mij dat allemaal niet meer zo goed herinneren,' antwoordt Rob.
'Ik anders wel, zegt de andere engel, en ook wat er daarna allemaal gebeurde.'

'Zeg..., wat heb jij gisteravond allemaal uitgespookt?' roept Buuf.
'Ik weet van niets,' pruttelt Rob tegen.

Ondertussen vliegt hij alsmaar hoger, en in de verte komt de hemelpoort in zicht. Petrus (André van Duin) staat al met beide armen uitbundig naar hen te zwaaien. Als ze dichterbij komen begroet hij hen hartelijk en roept: 'Opoe, wat is er nu weer?'
'Nee, schreeuwt Rob, ik ben het - Rob de Nijs!'

Plotseling doemt er - voor hen - een ander vliegtuigje op. Het komt recht op hen af! Rob duwt de stuurknuppel met beide handen naar beneden, en zijn toestel neemt een enorme duik. Buuf roept: 'Ik moet spugen..., ik moet kotsen.'

Het vliegtuigje duikt dieper en dieper..., richting aarde. 'Ik krijg hem niet omhoog..., ik krijg hem niet meer omhoog..., we gaan crashen,' schreeuwt Rob. Dan volgt er een harde klap en daarna..., niets meer. Radiostilte.
Als Rob en Buuf wakker worden zitten ze in een grote dampende soepketel tussen stronken prei, wortels en uien. 'We worden gekookt,' roep hij verschrikt uit.' 'En zie je daar die dansende inboorlingen, zegt Buuf, we zitten volgens mij in een stripverhaal van Sjors en Sjimmie..., dit kan toch allemaal niet!'

Buuf knijpt in Rob's arm. 'Word nu toch eens wakker langslaper, het is al bijna half drie.' Verdwaasd opent hij zijn ogen. 'Sorry, het was vannacht weer zo ontzettend laat..., en ik had weer zo'n hele rare droom.